Bouwplannen op Belgische Noordzee trigger voor uniek wetenschappelijk experiment

27 maart 2015

Nooit eerder rukten in België beide onderzoeksschepen (RV Simon Stevin en RV Belgica), samen uit voor wat een complexe oefening op de Noordzee belooft te worden. Door met het ‘bronschip’ geluidsgolven in de zeebodem te vuren en de teruggekaatste signalen met het ‘ontvangerschip’ te interpreteren, wil men onder het aanwezige natuurlijk (microbieel) gas in de bodem speuren. Dit levert mogelijk waardevolle informatie op over de aanwezigheid van prehistorische valleien en biedt broodnodige kennis voor toekomstige bouwplannen op zee en ter inschatting van de zeezandvoorraden.

Als de weergoden gunstig gezind zijn, zal op 26 maart 2015 een uniek experiment plaatsvinden in het Belgisch deel van de Noordzee. Die dag gaat het Vlaamse nieuwbouw onderzoeksschip Simon Stevin letterlijk voor het eerst samen in zee met het federale research platform RV Belgica, met aan boord onderzoekers van de Universiteit Gent (RCMG) en Deltares (Nederland). Bedoeling is om seismische metingen uit te voeren, waarbij RV Belgica met een ‘sleevegun’ geluidsgolven uitzendt en de Simon Stevin met een ‘streamer’ de teruggekaatste golven opvangt. Door het bronschip en het ontvangerschip op exact hetzelfde moment te laten meten, en ze dan geleidelijk onderlinge afstand te doen minderen of meerderen, verandert het ‘akoestisch pad’ en kan mogelijk onder het natuurlijke (methaan)gas in de bodem worden gekeken. Dit microbiële gas – aanwezig in veenlagen - vormt bij standaard seismisch onderzoek in ondiepe kustwateren immers een ernstig probleem omdat het de teruggekaatste geluidsgolven dempt en verstrooit.

“Dit is een unieke opportuniteit, die zich nooit eerder heeft voorgedaan”, aldus hoofdonderzoekster dr. Tine Missiaen. “Beide schepen hebben sowieso een vol vaarschema om te kunnen beantwoorden aan de vele noden en vragen van onze zeewetenschappers. Nu gaan ze dus samen op pad en dit is nooit eerder gezien. De technische voorbereiding en de complexe dataverwerking nadien zijn een bijkomende uitdaging”.

Het maatschappelijk belang van dit zeebodemonderzoek is dan ook groot. Enerzijds is bekend dat kustnabije zones rijk zijn aan archeologisch erfgoed en met name toegedekte paleo-valleien (zoals de Oostende- en Zeebrugge vallei) een schat aan (pre)historische kennis kunnen opleveren. Een betere kennis van de ligging en vorm van deze met zand toegedekte landschapselementen biedt ontegensprekelijk houvast bij de bescherming van het onderwatererfgoed (o.a. bij naleving verdrag van Malta en UNESCO-Conventie onderwatererfgoed) en vermijdt onnodig oponthoud bij werken op zee. Anderzijds is een betere kennis van de ondergrond essentieel bij het inschatten van bestaande zandvoorraden, gegeerd voor kustbescherming en ten behoeve van de bouwindustrie. Mogelijk bevatten paleo-valleien grote en kustnabije zandreserves die met minder impact op de omgeving kunnen worden gewonnen. Ten slotte is stabiliteit van de ondergrond bij werken op zee cruciaal en ontbreekt bijvoorbeeld ter hoogte van de Zeebrugse haven deze broodnodige informatie. Zeker wanneer de plannen om deze haven zeewaarts uit te bouwen verder doorgang vinden, wordt deze informatie onontbeerlijk.

Dit onderzoek kadert in het IWT-project SeArch (www.sea-arch.be). SeArch gaat gedurende vier jaar (2013-2016) op zoek naar zo efficiënt mogelijke surveytechnieken op zee, teneinde een zo gedetailleerd mogelijk beeld te verkrijgen van de maritieme ondergrond en het daar aanwezige erfgoed (met name prehistorische landschappen en vondsten). Het consortium bestaat uit de Universiteit Gent, het Agentschap Onroerend Erfgoed, Deltares (NL) en het Vlaams Instituut van de Zee (VLIZ). Er is ook een nauwe samenwerking met mariene bedrijven en overheidspartners.

De betrokken schepen RV Belgica en RV Simon Stevin bieden de levensnoodzakelijke logistieke ondersteuning voor het zeewetenschappelijk onderzoek aan de universiteiten en wetenschappelijke instellingen van ons land. Het betreft hoogkwalitatief wetenschappelijk werk in de vele domeinen die de zee aanbelangen (klimaat, biodiversiteit, erfgoed, vervuiling, natuurlijke rijkdommen, kustbescherming, energie, etc.). Elk van deze domeinen sluit naadloos aan bij de maatschappelijke uitdagingen waar de moderne samenleving voor staat.

Het Vlaamse onderzoeksschip RV Simon Stevin (www.vliz.be/nl/rv-simon-stevin) kwam op 25 mei 2012 officieel in de vaart ter vervanging van de RV Zeeleeuw. Het beheer is in handen van VLOOT dab, de wetenschappelijke activiteiten worden gecoördineerd door het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ). Het wordt sinds 2012 ingezet voor academisch kustgebonden oceanografisch onderzoek in de zuidelijke bocht van de Noordzee en het oostelijk deel van het Kanaal. De RV Simon Stevin meet 36m, heeft een diepgang van 3,5m en is uitgerust met alle standaard staalnameapparatuur. Het schip is ontworpen om tegemoet te komen aan alle noden van het modern zeewetenschappelijk onderzoek. Het beschikt over hoogtechnologische sonartechnieken, een zeer accuraat plaatsbepalingssysteem en vaart als ‘stil schip’.

Het onderzoeksschip RV A962 Belgica (odnature.naturalsciences.be/belgica) dat eigendom is van het Federaal Wetenschapsbeleid vaart al 31 jaar (°1984) voor alle onderzoekers van de Belgische overheden, universiteiten en instituten. De OD NATUUR (Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen) is verantwoordelijk voor het budgettair beheer van het schip, de wetenschappelijke instrumentatie en de planning van de wetenschappelijke campagnes. De Marinecomponent (Defensie) voorziet in de bemanning, de operationele ondersteuning en de thuishaven te Zeebrugge. Het schip heeft een lengte van 50,9m en een diepgang van 4,6m en is tot 200 dagen per jaar actief van Noorwegen tot Marokko. Maar het voornaamste studiegebied blijft het Belgisch deel van de Noordzee waar het wetenschappelijke onderzoek zich voornamelijk toespitst op de monitoring van de invloed van de menselijke activiteiten op zee. Gezien de ouderdom van het schip en de steeds meer voorkomende technische problemen dient de RV Belgica dringend vervangen te worden.

Bron : Persbericht door VLIZ, Universiteit Gent en KBIN-OD Natuur

 
Delen
Deel dit bericht