Vlaamse zeewierindustrie heeft nood aan (lokale) initiatieven en informatie

29 juni 2016

POM West-Vlaanderen, Sioen Industries, Flanders’ Maritime Cluster en Flanders’ FOOD organiseerden op 19 april 2016 in het VLIZ te Oostende een focusgroep rond zeewier in Vlaanderen, een workshop waar bedrijven, overheden, en kennisinstellingen waren op uitgenodigd. Dit event toonde dat er veel interesse is rond zeewier in Vlaanderen, maar dat de barrières m.b.t. kweek, verwerking en vermarkting van zeewier te talrijk zijn om zonder concrete initiatieven en projecten van de grond te komen. De algemene roep vanwege de circa 25 deelnemers was om snel tot actie over te gaan. Er werd gevraagd naar een actieplan met duidelijke doelstellingen, activiteiten en deadlines en naar een verankering van de focusgroep in een open structuur met een agenda die inspeelt op de noden van de bedrijven.

Sterk groeiende zeewierindustrie in onze buurlanden

Wereldwijd is de vraag naar zeewier sterk aan het stijgen, zo ook in Europa, maar het aanbod uit wilde oogsten kan de vraag niet bijhouden. Vele Europese landen (zoals Frankrijk, Nederland, Ierland, het VK, en Noorwegen) zetten daarom in op lokale kweek van zeewier als nieuwe duurzame ondernemingsvorm. Ook in Vlaanderen is er vanuit de bedrijfswereld grote interesse in zeewier voor gebruik als voeding, in veevoeder, voedingssupplementen, en vele andere afzetmarkten. De ontwikkeling van een Vlaamse zeewier economie wordt vandaag in eerste instantie opgehouden door een vicieuze cirkel van diverse niet-technische barrières langsheen de hele waardeketen, waarbij afnemers en producenten vandaag op elkaar, op publiek en politiek draagvlak, en op economische opportuniteiten wachten. Vlaamse bedrijven met een concrete interesse in zeewier zijn daarom op heden genoodzaakt om zeewier in te voeren of zelf te (laten) kweken in het buitenland. Onze buurlanden zijn reeds begonnen deze nieuwe economie te verkennen. Het moment is aangebroken om samen (bedrijven, overheden, en diverse stakeholders) te kijken hoe Vlaanderen zich kan positioneren in de zeewier economie.

 

Potentieel van zeewierkweek in Vlaanderen

Het AquaValue project (www.aqua-value.be(link is external); mede gefinancierd door het Agentschap Ondernemen) toonde aan dat de kweek van zeewier nabij de Vlaamse kust of in offshore windmolenparken een nieuwe economische activiteit met internationaal allure kan worden (roadmap AquaValue(link is external)). Naast de maatschappelijke bijdrages via meerwaarde productie, tewerkstelling, investeringen, en internationale zichtbaarheid van Vlaanderen zal lokale zeewierkweek bijdragen tot een verbetering van de waterkwaliteit en de ecologische staat van de Noordzee. Daarnaast toonde het Europese FP7-project, AT~SEA (http://www.atsea-project.eu/(link is external)) aan dat intensieve zeewierkweek technisch vandaag mogelijk is (tot 16 kg/m2 met het AlgaTex groeisubstraat van Sioen Industries), zelfs in relatief ruwe omstandigheden. Bij non-activiteit dreigt Vlaanderen dit opgebouwde momentum en haar internationale technologische voorsprong te verliezen.

Om voldoende maatschappelijk draagvlak te creëren en om concurrentieel te zijn met onze buurlanden is het belangrijk om in te zetten op inheemse soorten (bv. in tegenstelling tot Frankrijk waar enkel niet-inheemse soorten zoals Undaria spp. en Saccharina spp. kweekt worden). De biodiversiteit van zeewier aan de Vlaamse kust is wel relatief beperkt in vergelijking met de kusten in Normandië en Bretagne. Er komen ongeveer een 80-tal soorten zeewier voor in Vlaanderen (Coppejans, 1998), waaronder groene en bruine zeewieren, en in beperkte mate ook rode zeewieren. Van deze soorten die natuurlijk voorkomen in Vlaamse wateren, zijn er een 20-tal geschikt voor cultivatie en consumptie (Busink, van Dalen en van Dalen, 2009).  Echter, niet al deze soorten zijn economisch interessant om te gaan kweken. Uit een studie in opdracht van Flanders’ Maritime Cluster uitgevoerd in kader van het Interreg IV-B EnAlgae (www.enalgae.eu(link is external)) project is gebleken dat Ulva sp. (groen zeewier), Fucus sp.(bruin zeewier) en Porphyra sp. (rood zeewier) veelvoorkomende inheemse soorten zijn, die diverse toepassingen hebben en wild-geoogst een goede nutritionele samenstelling hebben (Pycke en Faasse, 2015(link is external)). Weliswaar blijven de concentraties van zware metalen (vnl. arseen en lood) in wild zeewier aandachtspunten (Pycke en Faasse, 2015), waardoor monitoring van hun concentraties een belangrijke onderdeel zullen zijn voor vermarkting van zeewieren (zoals het geval is voor alle andere levensmiddelen).

 

Samenstelling van Vlaamse zeewieren

De (bio)chemische samenstelling van zeewier kan sterk verschillen tussen soorten, maar ook voor eenzelfde soort is de samenstelling niet constant. Zeewier kent een typische oscillatie in de samenstelling omwille van seizoensgebonden variaties in abiotische condities (vb. temperatuur water, getijden) en in de ontwikkelingscyclus (die een invloed heeft op de metabolische respons) (Khairy en El-Shafay, 2013). Het is dus belangrijk om de samenstelling van het gekweekte zeewier op regelmatige basis te controleren om een constante kwaliteit van het product te garanderen.

Tabel 1: Chemische samenstelling van drie soorten Vlaams zeewier (eenheden zijn uitgedrukt als vers, onbehandeld materiaal) (TOC: totale organische koolstof, TIC: totale anorganische koolstof) (Pycke en Faasse, 2015).

Parameter

 

Ulva sp.

Porphyra sp.

Fucus sp.

Eenheid (per vers gewicht)

 

Vocht

 

88.4

83.1

81.5

%

 

As

 

3.43

3.45

5.50

%

 

Eiwitten

 

3.9

5.0

2.2

%

 

Vetten

 

0.4

0.7

0.9

%

 

Koolhydraten

 

3.9

7.8

9.8

%

 

Vezels

 

2.0

-

7.2

%

 

Cel

 

0.4

1.1

0.8

%

 

TOK

 

32

36

33

% DS

 

TAK

 

0.207

0.122

0.0170

% C/DS

 

Zwavel

 

3500

4900

7900

mg/kg

 

Fosfor

 

400

920

300

mg/kg

 

Jood

 

<100

<100

<100

mg/kg

 

Mannitol

 

<0.100

<0.100

1.40

% (m/m)

 

Polyfenolen

 

<0.30

<0.30

<0.30

mg/kg

 

 

In sommige rode (o.a. Porphyra spp.) en groene (o.a. Ulva spp.) zeewieren is het eiwitgehalte vergelijkbaar met dat van eiwithoudende gewassen zoals sojabonen, en bedraagt gemiddeld tussen de 10% en 30% van het droge gewicht. Het eiwitgehalte van bruine zeewieren (o.a. Fucus spp.) ligt opmerkelijk lager met een gemiddelde tussen 5% en 15% (Burtin, 2013). Zeewieren bevatten ook een aanzienlijke hoeveelheid polysacchariden, met name alginaten uit bruine zeewieren, carrageen en agar uit rode zeewieren. Andere polysacchariden zoals flucoïdans, xylanen en ulvans zijn in kleinere mate aanwezig in respectievelijk bruine zeewieren, en groene zeewieren. Doordat de meeste van deze polysacchariden niet verteerd kunnen worden door de mens, worden ze beschouwd als natuurlijke vezels. Het vetgehalte van zeewier is vrij laag en bedraagt gemiddeld 1-5% van het droge gewicht, maar is desalniettemin interessant omwille van de aanwezigheid van omega-3 en omega-6 vetzuren. Groene algen bevatten vnl. ALA (alfa-linoleenzuur, een essentieel omega 3-vetzuur voor mensen en zoogdieren, wat betekent dat het lichaam het niet zelf kan maken), terwijl rode en bruine algen rijk zijn aan EPA (eicosapentaeenzuur, een semi-essentieel omega 3-vetzuur) en AA (arachidonzuur, semi-essentieel omega-6-vetzuur). Zeewier is een belangrijke bron van mineralen (tot 36% van het droge gewicht) waarbij de concentraties aan calcium en jodium kunnen oplopen tot respectievelijk 7% van het droge gewicht (vnl. in rode wieren) en 500-1000 mg/kg (vnl. in Fucus spp.). Echter, in de chemische analyse van drie Vlaamse zeewiersoorten werd jodium niet gedetecteerd.

Daarnaast komen in zeewier ook heel wat micronutriënten zoals polyfenolen, carotenoïden en mannitol voor. De concentratie (max. 5-15%) is sterk afhankelijk van de soort zeewier, maar komt het vaakst en in hogere mate voor in bruine zeewieren (o.a. Fucus spp.). Polyfenolen en carotenoïden staan bekend voor hun anti-oxidatieve eigenschappen, terwijl mannitol smaakversterkende eigenschappen heeft. Doordat zeewier groeit in een milieu dat onderhevig is aan antropogene polluenten (organisch, metalen, microbieel) bestaat het risico dat ook contaminanten accumuleren in het zeewier. Analyse van de Vlaamse zeewierstalen toont aan dat de concentraties aan niet-essentiële metalen de Europese limiet (EC No. 1881/2006) niet overschrijden, maar dat het totaal arseen gehalte wel hoger ligt dan de wettelijk toegelaten concentratie van 1 mg/kg voor het gebruik in voedingssupplementen (KB2014-01-07/04). In dit Koninklijk Besluit wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen anorganisch en organisch-gebonden arseen, terwijl er tussen deze twee vormen grote verschillen schuilen op vlak van toxiciteit (anorganisch arseen is de meest toxische vorm, terwijl arsenobetaïne een vorm is die niet toxisch is).

 

Mogelijke toepassingen van Vlaamse zeewieren

Opportuniteiten van zeewier voor de hydrocolloïden markt zijn eerder beperkt omdat de soorten die hiervoor het meeste geschikt zijn, niet voorkomen langsheen de Belgische kust. Vlaanderen zal dus eerder moeten inzetten op nichemarkten in de agro-producten, food/feed en pharmasector als potentiële routes voor de vermarkting van Vlaams zeewier omdat hier de hoogste toegevoegde waarde ligt (Pycke en Faasse, 2015). Vaak zijn de soorten die gebruikt worden in voedingsproducten ook geschikt voor de productie van cosmetica of farmaceutica. Deze laatste sector is nog in volle ontwikkeling, maar is veelbelovend gezien onderzoek steeds nieuwe toepassingen aan het licht brengt. Doordat elke zeewiersoort zijn eigen, specifieke samenstelling heeft, zal ook de actieve werking (vb. preventie hoge bloeddruk en hart- en vaatziekten) verschillen naargelang het soort zeewier (Mesnildrey et al. 2012).

Ulva spp., Porphyra spp. en Fucus spp. zijn alle drie geschikt voor directe humane consumptie, hetzij als vers product, in gedroogde vorm, als poeder, of als additief in soepen, salades, etc. en hebben een lage calorie-inhoud van 35-57 kcal per 100 g vers zeewier.Fucus spp. zou als bron van jodium (ook in lage concentraties) de schildklierwerking stimuleren (door een versnelling van het metabolisme) en dus mogelijks kunnen helpen om obesitas tegen te gaan of hypothyroïsme te behandelen. Porphyra spp. is rijk aan vitamine A, C, E en B, en omega-3 vetzuren (EPA en DHA). Voor toepassingen in agro-producten, vb. als component in meststoffen, wordt Ulva spp. reeds commercieel ingezet, terwijl voor toepassingen in pharma en cosmetica producten, Fucus spp. en Porphyra spp.het meeste potentieel hebben. Zo wordt Fucus spp. reeds gebruikt voor de productie van anti-aging producten, anti-cellulitis producten, modders, crèmes, douchegel, shampoo, etc. waarbij actieve bestanddelen in het zeewier een gunstig effect hebben op de afbraak van onderhuids vet, en op de zachtheid van de huid. Porphyra spp. bevat dan weer speciale componenten zoals MAA (mycosporine-achtige aminozuren) die een gunstig effect hebben op bescherming van de huid tegen UV-licht, revitalisering en hydratatie van de huid, en als dusdanig gebruikt kunnen worden in de productie van aftersun, dagcrème, lipbalsem, aftershave, etc. (Seaweed Industry Association 2015).

 

Barrières voor een zeewierindustrie in Vlaanderen

Om de barrières voor de kweek, verwerking en vermarkting van Vlaams zeewier in kaart te brengen, werd een focusgroep rond zeewier bestaande uit kennisinstellingen, overheden en bedrijven samengebracht (dd. 19 april 2016). Uit de workshop blijkt dat de barrières voor de Vlaamse zeewierketen te herleiden zijn tot een gebrek aan kennis (zowel betreft de teelt, raffinage als producten), een gebrek aan wettelijk kader, en een immature markt. De kennislacune kan gemakkelijk aangepakt worden door onderzoeksprojecten op te starten en door kennis/ervaring van buurlanden te delen. Het wettelijk kader (marien ruimtelijk plan, voedselwetgeving) kan bijgestuurd worden door beleidsaanbevelingen over te maken aan de Vlaamse/Federale overheid. Om de markt klaar te maken voor Vlaams zeewier zijn meer acties nodig, en dit om zowel de concurrentie met buitenlands zeewier aan te kunnen, als om de consument te overtuigen van de meerwaarde van (Vlaamse) zeewierproducten.

De barrières werden ingedeeld naargelang hun dringendheid en haalbaarheid om deze op te lossen. Als prioritaire acties werden naar voor geschoven, enerzijds het ontwikkelen van testlocaties op zee (o.a. uittesten van technologieën en onderzoek naar randvoorwaarden in omgevingscondities) en anderzijds kennisopbouw inzake toxicologie, allergenen en contaminanten die potentieel aanwezig zijn in zeewieren (o.a. duidelijkheid verschaffen inzake wetgevend kader, onderzoek naar allergenen/contaminanten). De organiserende partners van de focusgroep bekijken nu verder hoe de geïnventariseerde barrières systematisch aangepakt kunnen worden.

 

 

Contact

Lien Loosvelt

Projectmedewerker Duurzame Economie, POM West-Vlaanderen

E: lien.loosvelt@pomwvl.be(link sends e-mail); T: 059 36 99 30

 

Bronnen

Coppejans, E. 1998. Flora van de Noord-Franse en belgische zeewieren. Volume 17, Nationale Plantentuin van België, Meise, pp. 462.

 

Busink S., van Dalen J. en van Dalen P., 2009. Zeewieren uit de Zeeuwse Delta – Inventarisatie en beoordeling van soorten voor kweek en consumptie. Hogeschool Zeeland, pp. 71.

Pycke B.F.G. & M. Faasse. 2015. Biochemical composition and quality assessment of native macroalgae collected along the Flemish coast, Public Output report of the EnAlgae project, Swansea, December 2015, pp.30, available online at www.flanders-maritime-cluster.be(link is external)

 

Khairy, H.M. en El-Shafay,S.M. 2013. Seasonal variations in biochemical composition of some common seaweed species from the coast of Abu Qir Bay, Alexandrira, Egypt. Oceanologia, 55(2):435-52.

 

Burtin, P. 2003. Nutritional value of seeweads. Electronic Journal of Environmental, Agricultural, and Food Chemistry, 2(4):6.

Mesnildrey L., Jacob, C., Frangoudes, K., Reunavot, M. en Lesuer, M. 2012. Seaweed industry in France, final report. Interreg Program Netalgae. Les publications du Pôle halieutique AGROCAMPUS OUEST n°9.

 
Delen
Deel dit bericht